Geconcentreerde aandelenportefeuilles trekken vaak de aandacht omdat ze een helder beeld geven van waar een fondsbeheerder écht in gelooft. Ze zijn compact, gebaseerd op expliciete keuzes en ademen overtuiging. Maar juist die durf roept een wezenlijke vraag op: vertaalt het vertrouwen van de fondsbeheerder zich ook in betere resultaten voor beleggers?
Aan de andere kant van het spectrum staat diversificatie, vaak omschreven als “the only free lunch in investing”. Ook hier is nuance op zijn plaats. Garandeert een portefeuille met 200 aandelen werkelijk spreiding, of slechts de illusie ervan? Nieuw onderzoek van Morningstar laat zien dat concentratie en diversificatie veel meer lagen kennen dan simpele vuistregels doen vermoeden.
Concentratie vergroot de uitslagen
Wat geconcentreerde portefeuilles in elk geval doen, is het versterken van extremen. Fondsen met een hoge concentratie laten gemiddeld een grotere spreiding in rendementen zien: hogere volatiliteit en diepere drawdowns. De rendementsverdeling kent ook dikkere staarten - de kans op uitzonderlijk goede, maar ook uitzonderlijk slechte uitkomsten neemt toe.
Dat is geen verrassing. Minder spreiding betekent meer blootstelling aan idiosyncratisch risico dat niet kan worden weggediversifieerd. In de praktijk vertaalt zich dat in een grotere kloof tussen winnaars en verliezers. Sommige fondsen weten dankzij scherpe keuzes sterk te outperformen, terwijl andere met vergelijkbare overtuiging juist hard onderuitgaan.
Juist daarom is managerselectie bij sterk geconcentreerde, actief beheerde fondsen van doorslaggevend belang. Concentratie kan alleen waarde toevoegen wanneer zij gepaard gaat met aantoonbare skill, robuuste risicobeheersing en discipline in portefeuilleconstructie. Zonder die voorwaarden vergroot concentratie vooral de volatiliteit.
Meer overtuiging, hogere kosten
Een ander consistent patroon is dat geconcentreerde fondsen doorgaans duurder zijn. Fondsbeheerders brengen hogere kosten in rekening voor strategieën die draaien om diepgaand fundamenteel onderzoek en actieve positionering. Gemiddeld liggen de jaarlijkse kosten van de meest geconcentreerde actieve fondsen 0,31% hoger dan die van hun meer gespreide tegenhangers.
Historisch gezien worden beleggers daar echter niet voor beloond. Over de meeste regio’s en perioden hebben geconcentreerde fondsen zelfs iets lagere gemiddelde rendementen behaald dan meer gediversifieerde fondsen. Hogere beheerkosten spelen hierin een belangrijke rol, maar ook cyclische factoren dragen bij.
Dat betekent niet dat concentratie nooit loont, maar wel dat overtuiging alleen niet genoeg is. Zonder duidelijke en duurzame meerwaarde vertaalt concentratie zich vooral in extra risico, niet in extra rendement.
Groei-aandelen steeds geconcentreerder
Binnen het universum van aandelenfondsen zijn groeifondsen structureel het meest geconcentreerd. Zij houden gemiddeld minder aandelen aan, hebben zwaardere sectorwegingen en kennen zwakkere diversificatieratio’s dan blend- en waardefondsen. Deze trend is de afgelopen tien jaar verder versterkt.
De verklaring ligt bij het winner-takes-most-effect. In groeimarkten is winstgroei steeds sterker geconcentreerd geraakt in een klein aantal megacap-bedrijven met schaalbare modellen en wereldwijde dominantie. Sinds 2020 hebben de pandemie, renteveranderingen en macro-economische schokken bovendien geleid tot hogere correlaties tussen groeiaandelen, waardoor de effectieve diversificatie verder afnam.
Het resultaat: groeifondsen zijn niet alleen topzwaarder geworden, maar ook gevoeliger voor gezamenlijke neerwaartse bewegingen.
Waarom 200 aandelen geen garantie is voor goede diversificatie
Veel beleggers beoordelen concentratie aan de hand van eenvoudige maatstaven, zoals het aantal holdings of het gewicht van de top 10-posities. Die benadering is begrijpelijk, maar onvolledig. Een portefeuille met 200 aandelen kan alsnog sterk geconcentreerd zijn als die posities zich ophopen in één sector of in sterk gecorreleerde bedrijven.
Daarom kijkt Morningstar naar concentratie vanuit meerdere invalshoeken. Een samengestelde concentratiescore combineert zes variabelen, verdeeld over drie pijlers: concentratie op aandelenniveau, op sectorniveau en op basis van rendement en correlatie. Deze bredere benadering laat zien dat sommige portefeuilles minder risicovol zijn dan ze lijken, en dat andere juist meer risico herbergen dan het aantal holdings doet vermoeden.
Diversificatie gaat dus niet alleen over kwantiteit, maar vooral over samenhang.
Passief breder gespreid, maar niet immuun
Passieve fondsen bieden gemiddeld genomen een bredere spreiding dan actieve fondsen. Zij volgen doorgaans brede marktindices, bevatten meer aandelen en kennen lagere topgewichten. Vooral op aandelenniveau zijn de verschillen duidelijk zichtbaar.
Dat betekent echter niet dat passieve strategieën automatisch een laag risico hebben. Ook indices kunnen geconcentreerd raken wanneer marktkapitalisatie zich ophoopt in een klein aantal winnaars. Toch zijn passieve fondsen doorgaans goedkoper en consistenter gespreid, en die eigenschappen hebben historisch bijgedragen aan stabielere beleggersuitkomsten.
Concentratie vraagt om discipline
Geconcentreerde portefeuilles stralen zelfvertrouwen uit, maar zelfvertrouwen is geen beleggingsstrategie. Concentratie kan werken, mits zij wordt gedragen door aantoonbare skills, sterke risicobeheersing en discipline in uitvoering. Zonder die randvoorwaarden vergroot concentratie vooral de kans op extreme uitkomsten. Voor veel beleggers blijft doordachte diversificatie daarom geen zwaktebod, maar een bewuste keuze voor robuustheid.
Jeffrey Schumacher,
is fondsanalist en Manager Research team bij Morningstar Benelux.